Vakantie of op kamp gaan hoort een periode van ontspanning, plezier en nieuwe ervaringen te zijn.
Maar wanneer jijzelf, je kind of iemand uit je gezin leeft met een eetstoornis, brengt zo’n periode vaak ook extra spanning met zich mee.
De vertrouwde dagelijkse structuur valt weg, eetmomenten verlopen anders en er komen vaak nieuwe sociale situaties bij kijken. Toch hoeft een vakantie of kamp niet per definitie een bron van stress te zijn. Met een goede voorbereiding, open communicatie en realistische verwachtingen kan het ook een kans zijn om te oefenen, te groeien en mooie ervaringen op te doen.
Waarom zijn vakantie en kamp soms zo moeilijk?
Veel mensen met een eetstoornis hebben baat bij structuur en voorspelbaarheid.
Tijdens vakanties of kampen veranderen routines vaak plots:
- maaltijden vinden plaats op andere momenten;
- er is minder controle over wat er gegeten wordt;
- er zijn meer sociale activiteiten;
- er kunnen opmerkingen over eten, gewicht of uiterlijk opduiken;
- rustmomenten zijn minder vanzelfsprekend;
- lichamelijke activiteiten nemen soms toe.
Dat kan gevoelens van onzekerheid, angst of stress versterken. Tegelijkertijd biedt een vakantie ook kansen om stap voor stap nieuwe ervaringen op te doen en te ontdekken dat moeilijke situaties vaak beter hanteerbaar zijn dan de eetstoornis voorspelt. Hoe meer de focus kan komen te liggen op samen ervaringen beleven, hoe minder plaats de eetstoornis kan innemen.
Een goede voorbereiding maakt het verschil
Of het nu gaat om een gezinsvakantie, een kamp of een georganiseerde reis: voorbereiding is vaak de sleutel.
Sta vooraf stil bij vragen zoals:
- Is dit het juiste moment voor deze vakantie of dit kamp?
- Welke uitdagingen verwachten we?
- Welke ondersteuning is nodig?
- Welke afspraken kunnen helpen?
Je kan ook een lijstje maken met mogelijke triggers. Niet om die te vermijden, maar om minder verrast te worden op het moment zelf.
Denk daarbij aan dingen zoals: buffetrestaurants, opmerkingen over eten of gewicht, badkleding, lange reisdagen, groepsdruk, veel beweging of sportactiviteiten.
Denk vooraf na over wat je kan antwoorden als iemand opmerkingen maakt over je lichaam of eten. Dat vermindert vaak stress op voorhand.
Het kan zinvol zijn om de plannen vooraf te bespreken met de behandelende hulpverlener(s). Samen kunnen jullie nadenken over:
- eetmomenten en tussendoortjes;
- rustmomenten;
- lichamelijke activiteiten;
- medicatie of medische opvolging;
- mogelijke crisissignalen;
- een noodplan indien het moeilijk loopt.
Sommige gezinnen merken dat het helpend is om eerst te oefenen met een kortere uitstap of een weekendje weg.
Op vakantie als gezin
Wanneer je samen als gezin op vakantie gaat, blijft de eetstoornis en het herstel vaak mee op reis gaan.
Dat betekent niet dat de vakantie volledig rond de eetstoornis moet draaien, maar wel dat er aandacht mag zijn voor wat nodig is.
Enkele tips:
- Zorg voor voldoende structuur
Probeer eetmomenten zoveel mogelijk voorspelbaar te houden. Structuur geeft vaak rust en vermindert discussies.
- Plan uitdagingen bewust
Een nieuwe maaltijd proberen, uit eten gaan of een buffetrestaurant bezoeken kan een mooie stap zijn. Het helpt vaak om zulke uitdagingen vooraf te bespreken in plaats van ze onverwacht te laten gebeuren.
- Neem vertrouwde voeding mee
Sommige mensen voelen zich veiliger wanneer er ook vertrouwde producten beschikbaar zijn. Dat kan de drempel verlagen om nieuwe situaties aan te gaan.
- Focus op wat vakantie nog meer is
Op vakantie gaan betekent ook: nieuwe plaatsen ontdekken, natuur ervaren, cultuur opsnuiven, genieten van muziek, verbinding, plezier maken en uitrusten zodat je batterijen terug wat kunnen opladen.
- Blijf in gesprek
Korte, regelmatige check-ins werken vaak beter dan één groot gesprek wanneer de spanning al hoog is opgelopen. Spreek af wat helpende vragen zijn, vb. hoe hoog zit te spanning (rood – oranje – geel – groen)?
- Vergeet jezelf niet
Ook ouders, partners, broers en zussen hebben nood aan ontspanning. Probeer ruimte te maken voor iedereen binnen het gezin.

Op kamp of georganiseerde reis
Wanneer een jongere alleen op kamp of reis vertrekt, komen er vaak extra vragen naar boven.
Informeer de organisatie tijdig
Het kan helpend zijn om leiding of begeleiders vooraf te informeren. Doe dit liefst niet op de dag van vertrek, maar ruim op voorhand zodat er samen kan worden nagedacht over mogelijke ondersteuning.
Bespreek ook met de jongere:
- welke informatie gedeeld wordt;
- met wie deze informatie gedeeld wordt;
- wat helpend zou kunnen zijn tijdens het kamp.
Vraag naar een vertrouwenspersoon
Soms is het een geruststelling wanneer er één begeleider is die aanspreekpunt kan zijn bij moeilijke momenten.
Maak duidelijke afspraken
Denk samen na over:
- eetmomenten;
- rustmomenten;
- omgaan met groepsdruk;
- contact met thuis;
- wat te doen als het moeilijk gaat.
Werk met een noodplan
Spreek vooraf af wat er gebeurt wanneer er ernstige zorgen ontstaan. Een duidelijk plan geeft vaak rust aan zowel ouders als jongeren.
Ook voor begeleiders is dit zinvol, zeker voor jeugdbewegingen: zij kunnen niet verantwoordelijk gesteld worden voor het eetpatroon van een jongere. Ze kunnen steunen en kijken binnen hun mogelijkheden welke aanpassingen ze kunnen bieden, maar het eten is verder echt de verantwoordelijkheid van het kind zelf.
Dat betekent ook dat begeleiders mogen aangeven dat zij beperkt zijn in wat zij kunnen doen en dat zij ook mogen aangeven waar voor hen de grens ligt.
Twijfel je of de eetstoornis misschien toch nog teveel kansen zal zien om maaltijden over te slaan of overmatig te bewegen? Dan is het nu misschien toch nog niet het gepaste moment om op kamp te vertrekken.
Tips voor jongeren
Ga je zelf op vakantie of kamp?
Dan kunnen deze tips misschien helpen:
- Neem eventueel enkele vertrouwde snacks mee.
- Plan bewust momenten van rust en zelfzorg.
- Zoek steun bij iemand die je vertrouwt.
- Schrijf helpende gedachten of affirmaties op.
- Wees mild voor jezelf wanneer iets niet loopt zoals gehoopt.
- Onthoud dat je niet perfect hoeft te herstellen om toch op vakantie te mogen gaan.
Een moeilijke maaltijd of een lastig moment betekent niet dat de hele vakantie mislukt is.
Elke maaltijd is een nieuwe kans om de draad van herstel opnieuw op te nemen!
Wat kunnen ouders doen tijdens het kamp of de reis?
Wanneer je kind weg is, kan het verleidelijk zijn om voortdurend te controleren of alles goed gaat.
Toch helpt het vaak om een evenwicht te zoeken tussen betrokkenheid en vertrouwen.
Probeer:
- ruimte te geven voor zelfstandigheid;
- bereikbaar te blijven zonder voortdurend updates te vragen;
- vertrouwen uit te spreken;
- begrip te tonen wanneer het achteraf moeilijk blijkt geweest te zijn.
Sommige ouders stoppen een kaartje, briefje of kleine verrassing in de valies als steun voor onderweg.
En bij thuiskomst?
Na een vakantie of kamp kan het helpend zijn om samen terug te blikken.
Probeer open vragen te stellen zoals:
- Hoe was het voor jou?
- Wat ging beter dan verwacht?
- Wat was moeilijk?
- Waar ben je trots op?
Sta stil bij kleine successen. Misschien lukte niet alles, maar werden er wel stappen gezet die enkele maanden geleden nog onmogelijk leken.
Herstel verloopt zelden perfect. Een vakantie hoeft dus ook niet perfect te verlopen om waardevol te zijn.
Tot slot
Elke eetstoornis is anders en elk hersteltraject is uniek. Wat voor de ene persoon werkt, hoeft niet voor iemand anders helpend te zijn.
Wat vaak wel een verschil maakt, zijn begrip, open communicatie, goede voorbereiding en de bereidheid om samen te blijven zoeken.
Je hoeft het niet alleen te doen.
Op zoek naar meer steun?
Bij ANBN organiseren we regelmatig online infosessies rond thema’s zoals vakantie, kamp, herstel, ouderschap en omgaan met moeilijke momenten.
Bekijk ons actuele aanbod via anbn.be/activiteiten.
Op zoek naar lotgenotencontact of informatie? Neem een kijkje bij ons aanbod of sluit aan bij één van onze (online) praatgroepen, ontmoetingsmomenten of online sessies.
Wat hielp andere mensen met een eetstoornis tijdens vakantie of kamp?
We stelden deze vraag in onze groepen.
Hieronder lees je een aantal ervaringen van andere mensen met een eetstoornis.
“Ik maakte op voorhand een plan voor moeilijke momenten”
Niet om alles onder controle te houden, maar om minder te moeten nadenken wanneer de spanning hoog werd. Bijvoorbeeld:
- Wie kan ik aanspreken als het moeilijk wordt?
- Wat helpt mij om te kalmeren?
- Welke gedachten wil ik mezelf herinneren?
“Ik nam iets vertrouwds mee van thuis”
Voor sommigen was dat een favoriete snack, voor anderen een dekentje, een knuffel, een notitieboekje of een foto. Een stukje vertrouwdheid kan helpen wanneer alles rondom je nieuw is.
“Ik schreef mezelf een brief”
Enkele deelnemers vertelden dat ze voor vertrek een brief schreven aan zichzelf met helpende herinneringen:
“Ik hoef dit niet perfect te doen.”
“Een moeilijke maaltijd betekent niet dat de hele vakantie mislukt is.”
“Ik ben hier om te leven, niet om te vechten met mijn eetstoornis.”
“Ik maakte een lijstje van dingen waar ik naar uitkeek”
Wanneer de eetstoornis veel aandacht opeist, kan het helpen om bewust stil te staan bij andere redenen waarom je op vakantie gaat:
- de zee zien;
- kampvuur maken;
- nieuwe mensen ontmoeten;
- wandelen;
- spelletjes spelen;
- een stad ontdekken.
“Ik focuste op ervaringen in plaats van op eten”
Mensen vertellen vaak dat ze achteraf vooral herinneringen overhouden aan:
- gesprekken;
- nieuwe plaatsen;
- avonturen;
- vriendschappen;
- mooie momenten.
Niet aan de calorieën of de exacte inhoud van een maaltijd.
“Ik koos één uitdaging tegelijk”
Een vakantie hoeft geen herstelbootcamp te worden. Sommige mensen kiezen bewust één uitdaging:
- een ijsje eten op vakantie;
- mee barbecueën;
- een restaurant bezoeken;
- een badpak dragen op het strand.
Dat kan al meer dan voldoende zijn.
“Ik sprak af om niet voortdurend in de spiegel te kijken”
Voor sommigen helpt het om spiegels minder aandacht te geven tijdens de vakantie. Bijvoorbeeld door niet telkens het lichaam te controleren of foto’s niet meteen kritisch te beoordelen.
“Ik zocht één vertrouwenspersoon”
Niet iedereen hoeft te weten wat er speelt. Maar veel mensen vinden het helpend als minstens één persoon op de hoogte is en steun kan bieden wanneer nodig.
“Ik liet een moeilijke dag niet de hele vakantie bepalen”
Bijna iedereen heeft wel eens een lastige maaltijd, een huilbui of een moment waarop de eetstoornis luider aanwezig is. Veel ervaringsdeskundigen zeggen achteraf:
“Ik wou dat ik toen had beseft dat één moeilijke dag niet betekent dat de rest van de vakantie verloren is.”
“Ik hield rekening met mijn energie”
Een eetstoornis kost vaak veel energie, ook wanneer iemand in herstel is. Rustmomenten zijn geen luxe, maar vaak een belangrijk onderdeel van zelfzorg.
“Ik keek achteraf naar wat wél gelukt was”
Na thuiskomst focussen veel mensen spontaan op wat moeilijk ging. Toch kan het waardevol zijn om jezelf ook af te vragen:
- Waar ben ik trots op?
- Welke stap heb ik gezet?
- Wat zou enkele maanden geleden nog onmogelijk geweest zijn?
“Pak niet alleen je kleren in, maar ook dingen die je herstel ondersteunen.”
Je kan ook bewust hersteltools inpakken, net zoals je tandenborstel of zonnecrème. Bijvoorbeeld:
- een dagboek;
- affirmatiekaartjes;
- een herstelboek;
- een geurtje dat rust geeft;
- muziek of podcasts die steun bieden.
Of met andere woorden: neem je herstel mee op reis!
Wat andere mensen met een eetstoornis meenemen op vakantie
