Vandaag kleurt Brussel opnieuw in alle kleuren van de regenboog voor de jaarlijkse Brussels Pride 2026. Een dag van zichtbaarheid, verbinding, solidariteit en trots. Maar ook een dag die ons uitnodigt om stil te staan bij de realiteit achter die zichtbaarheid. Want jezelf mogen zijn is voor veel LGBTQIA+ personen nog steeds niet vanzelfsprekend.

Bij ANBN willen we vandaag extra aandacht vragen voor iets dat vaak onderbelicht blijft: het verhoogde risico op eetstoornissen en verstoord eetgedrag bij homoseksuele, biseksuele, transgender, non-binaire en genderdiverse personen.

Onderzoek toont al jaren aan dat homo- en biseksuele en genderdiverse personen vaker kampen met eetstoornissen dan cisgender heteroseksuele personen. Bij transgender personen worden zelfs opvallend hoge cijfers gevonden. Toch gaat het niet over identiteit op zich als “oorzaak” van een eetstoornis. Wat onderzoek wél laat zien, is hoe maatschappelijke druk, uitsluiting en onveiligheid een grote rol kunnen spelen.

Wanneer jezelf zijn onveilig voelt

Veel LGBTQIA+ personen groeien op met boodschappen — expliciet of subtiel — dat ze “anders” zijn. Sommigen krijgen te maken met pesten, afwijzing of discriminatie. Anderen leren zichzelf verbergen om erbij te horen of veilig te blijven.

Die voortdurende spanning wordt in onderzoek omschreven als minority stress: de chronische stress die ontstaat wanneer je behoort tot een minderheidsgroep die regelmatig geconfronteerd wordt met onbegrip, uitsluiting of stigma.

Voor sommige mensen wordt controle over eten, gewicht of lichaam dan een manier om om te gaan met spanning, schaamte, onzekerheid of emotionele pijn.

Het lichaam als strijdtoneel

Bij eetstoornissen speelt het lichaam vaak een centrale rol. Voor genderdiverse personen kan dat extra complex zijn.

Sommige mensen ervaren spanning rond puberteitsveranderingen, lichaamsvormen of genderdysforie. Anderen voelen druk om er “vrouwelijk”, “mannelijk” of “passabel” genoeg uit te zien. Soms worden eetstoornissymptomen gebruikt in een poging om het lichaam dichter bij de eigen genderbeleving te brengen.

Daarbovenop komen maatschappelijke schoonheidsidealen, online vergelijkingsdruk en verwachtingen rond slankheid, gespierdheid of aantrekkelijkheid — druk die in sommige LGBTQIA+ subculturen nog sterker aanwezig kan zijn.

Niet altijd gezien in de hulpverlening

Eetstoornissen worden nog te vaak geassocieerd met jonge cisgender meisjes of vrouwen. Daardoor blijven signalen bij jongens, mannen, transgender, non-binaire of genderfluïde personen soms langer onder de radar.

Bovendien ervaren sommige mensen drempels in de zorg:

  • angst om niet begrepen te worden
  • bang zijn voor reacties rond identiteit of lichaam
  • het gevoel zichzelf opnieuw te moeten uitleggen
  • schaamte om open te spreken over eetgedrag of genderbeleving

Veilige, affirmatieve en inclusieve zorg maakt daarom een groot verschil.

Herstel begint niet met jezelf aanpassen

Bij ANBN geloven we dat herstel niet betekent dat iemand moet voldoen aan een norm of verwachting. Herstel begint vaak net daar waar mensen stap voor stap ervaren:

  • dat ze ruimte mogen innemen
  • dat hun lichaam geen vijand hoeft te zijn
  • dat hun identiteit er mag zijn
  • dat ze niet eerst “anders” moeten worden om zorg, verbinding of steun te verdienen

Vandaag willen we daarom niet alleen Pride vieren, maar ook mee blijven bouwen aan een samenleving en hulpverlening waarin mensen zich veiliger voelen om zichzelf te tonen — mét hun verhaal, lichaam, kwetsbaarheid én identiteit.

Want iedereen verdient het om gezien te worden.
Ook in pijn.
Ook in herstel.
Ook precies zoals die is.

🌈