Op het moment van de foto zat ik in de auto, op de parking van de Jumbo. Ik was er gestopt na een therapiesessie bij de psychologe. Ik stapte uit en zag ineens de auto van een welbepaald persoon op de parking. Ik panikeerde en ging terug in de auto zitten. Ik was bang en zat in freeze-modus. Mijn lichaam reageerde alsof het bedreigd werd en ik het opnieuw beleefde zoals jaren geleden. Uiteindelijk heb ik gewacht tot de auto weg was om daarna toch binnen te gaan.
Achteraf voelde het ‘zwak’ en ‘belachelijk’ dat ik niet durfde gaan toen die persoon binnen was. Ben ik na al die jaren nog altijd niet sterk genoeg om dit te kunnen? Ook kwam het gevoel naar boven dat het allemaal mijn schuld is, dat het aan mij ligt, dat ik overdreven heb toen het gebeurd is, dat ik toen iets verkeerd gezegd of gedaan heb… Ik weet ergens wel dat dat niet waar is, maar ik geloof het niet. En ik voel het niet. Mijn hoofd weet het, maar mijn lichaam blijft in alarmmodus reageren. Het blijft onveilig.
Misschien denk je nu ‘wat heeft dit te maken met een eetstoornis? Dit gaat toch niet over eten?’ en dat begrijp ik. Het heeft er echter veel mee te maken. Wat jaren geleden gebeurde is één van de trauma’s die we plaatsen bij ‘het achterliggende’: datgene wat verscholen zit achter de eetstoornis. Want voor alle duidelijkheid: het gaat niet gewoon over eten. Het is een copingmechanisme om om te gaan met alles wat ondraaglijk is of werd. En dat in de vorm van controle, over eten.
Het gevolg van dit onzichtbare voorval was dat ik er de hele avond mee in mijn hoofd zat. Eten lukte die avond niet goed. Het mocht niet van de stem. Ze wilde de controle even teruggrijpen. Ik besefte heel goed wat er gebeurde en waarom ik niet ‘mocht’ eten en toch luisterde ik naar haar. Alleen maar om wat meer rust te krijgen in mijn hoofd. Want dat is hoe het werkt: als je gehoorzaamt, wordt ze stiller.