Ben je op zoek naar professionele hulpverlening?
We zetten je graag op weg! Hieronder vind je meer informatie over welke hulp er bestaat, wat mensen aan deze hulp kunnen hebben en waar je terecht kan voor meer informatie.
Waar vind ik een hulpverlener?
Internationale richtlijnen tonen aan dat hulpverlening bij eetstoornissen best inzet op drie sporen: begeleiding bij het eten (diëtist), begeleiding bij de psychologische processen (psycholoog, ervaringsprofessional) en opvolging van de medische situatie (arts of psychiater). Ook het belang van zelfhulpgroepen en het ondersteunen van de omgeving worden erkend als belangrijke hulpbronnen. ANBN werkt samen met Eetexpert om je op weg te helpen in de lange lijst van psychiaters, psychologen, ervaringsprofessionals, therapeuten en voedingsdeskundigen die eetstoornissen behandelen in heel Vlaanderen.
Hoe verloopt een intake?
Voor het eerst naar een hulpverlener gaan kan best eng zijn. Wat moet je weten over zo’n eerste gesprek, een intakegesprek? Lees er hier meer over.
Waar kan ik opgenomen worden?
Misschien overweeg je om in opname te gaan? Hoe verloopt dat en waar kan je terecht? Je kan er hier meer over te weten komen.
7 elementen die bijdragen aan herstel
Wat helpt om te herstellen verschilt van persoon tot persoon. Uit de ervaringen van mensen die hersteld zijn, weten we dat de volgende 7 elementen tot herstel kunnen bijdragen.
- Op tijd ontdekken dat je een eetstoornis hebt (signaalkaart) en er hulp bij zoeken.
- Een ondersteunende omgeving, die naast je staat en die jou helpt om uit te zoeken wat jij nodig hebt, zonder alles van je over te willen nemen.
- Deskundige en begripvolle behandelaars inschakelen, die bij voorkeur ook ervaring hebben in het behandelen van eetstoornissen.
- In een behandeling werken aan: het beter leren uiten van emoties, beter leren omgaan met situaties en andere mensen, werken aan een positievere zelf- en lichaamswaardering en natuurlijk ook werken aan het herstellen van je eetgedrag.
- Sommige mensen hebben ook veel aan traumaverwerking of het werken aan andere onderliggende problemen (vb. angst, depressie, dwang, relaties, perfectionisme,…).
- Voldoende ruimte krijgen om te mogen uitzoeken wat herstel voor jou betekent en wat jij er voor nodig hebt om te herstellen.
- Voldoende nazorg krijgen, zodat je vertrouwen kan opbouwen dat je terugvallen snel kan herkennen en kan vermijden om terug bergaf te gaan.
Hoe is hulp bij eetstoornissen in Vlaanderen georganiseerd?
De hulpverlening in Vlaanderen is opgebouwd in verschillende lijnen. Die lijnen geven aan hoe gespecialiseerd en intensief de ondersteuning is. Niet iedereen doorloopt alle lijnen, en hulp verloopt niet altijd stap voor stap. Vaak is het een zoeken naar wat op dat moment het best aansluit bij jouw noden.
De nulde lijn is vaak het eerste contactpunt. Dit kan gaan om zelfhulp, informatie opzoeken, praten met naasten of steun vinden bij lotgenoten. Ook de huisarts kan een belangrijke rol opnemen.
De huisarts kan:
- luisteren en mee inschatten wat er nodig is
- lichamelijke opvolging doen
- doorverwijzen naar passende hulp
Voor veel mensen is dit een laagdrempelige eerste stap, zeker wanneer hulp zoeken nog spannend voelt.
De eerste lijn bestaat uit professionele hulp dicht bij huis, die vaak ambulant verloopt. Bij eetstoornissen kan dit onder meer zijn:
- eerstelijnspsychologen, zoals bij TEJO
- eerstelijnsdiëtisten
- hulp binnen de conventie eetstoornissen (hier lees je meer over wat dit is)
Deze hulp richt zich vaak op:
- psycho-educatie
- ondersteuning bij eetgedrag
- omgaan met gedachten en emoties
- stabilisatie en opvolging
Eerstelijnszorg kan op zichzelf voldoende zijn, of een voorbereiding vormen op meer gespecialiseerde hulp.
In de tweede lijn vind je meer gespecialiseerde behandelaars met specifieke expertise in eetstoornissen, zoals gespecialiseerde psychologen, psychiaters of multidisciplinaire teams.
Deze hulp is intensiever en richt zich vaak op:
- complexere of langdurige klachten
- comorbiditeit (bijvoorbeeld angst of depressie)
- een meer gestructureerd behandeltraject
De tweede lijn werkt meestal ambulant, met regelmatige afspraken.
Wanneer ambulante hulp onvoldoende is, kan meer intensieve zorg nodig zijn. Dit omvat:
- dagbehandeling
- residentiële behandeling of opname
Deze vormen van hulp bieden:
- intensieve begeleiding
- multidisciplinaire opvolging
- een gestructureerde en beschermende omgeving
Derde- en vierdelijnszorg wordt meestal tijdelijk ingezet, met als doel opnieuw af te bouwen naar minder intensieve ondersteuning.