Andere gespecifieerde eetstoornissen

Het kan voorkomen dat iemand veel kenmerken van een eetstoornis (anorexia nervosa, boulimia nervosa of eetbuistoornis) vertoont, maar toch niet volledig aan het beeld van deze eetstoornis voldoet. In dat geval spreken we van een andere gespecifieerde voedings- of eetstoornis.

Enkele voorbeelden:

▪ Een jonge vrouw heeft regelmatig eetbuien waarbij hij te veel en te snel eet, maar doet dit één keer per week en pas sinds twee maanden. (eetbuistoornis van beperkte duur)
▪ Een man is in korte tijd veel afgevallen en vertoont alle kenmerken die bij anorexia nervosa horen, maar heeft geen ondergewicht. (atypische anorexia nervosa)
▪ Een vrouw heeft eetbuien en braakt het eten nadien uit, maar doet dit minder dan één keer per week. (boulimia nervosa met beperkte frequentie)
▪ Een man eet meer dan vijftig proces van zijn dagelijks ingenomen voeding na de avondmaaltijd en doorheen de nacht. Hij ervaart hierbij schuldgevoelens, spanning en schaamte. (nachteten of night eating syndrome)

Een andere gespecifieerde voedings- of eetstoornis is ernstig en mag niet worden onderschat. Ook hierbij raden we aan tijdig de gepaste hulpverlening in te schakelen.

Hoewel de onderstaande ‘andere gespecifieerde eetstoornissen’ geen officiële diagnose zijn, werd er hiervoor wel een naam bedacht die verwijst naar een typisch beeld:

RED-S (Relatieve Energiedeficiëntie bij sporters)

RED-S ontstaat wanneer het lichaam gedurende langere tijd te weinig energie beschikbaar heeft om alle lichaamsfuncties optimaal te laten verlopen. Dit noemen we een lage energiebeschikbaarheid (Low Energy Availability of LEA).

Dat betekent niet dat iemand per se heel weinig eet. Het gaat erom dat er, na aftrek van de energie die nodig is voor beweging en training, onvoldoende energie overblijft voor de normale werking van het lichaam. Het lichaam moet dan als het ware keuzes maken. Om energie te besparen, worden bepaalde processen vertraagd of tijdelijk minder belangrijk gemaakt. Dat gebeurt vaak geleidelijk, waardoor iemand zich niet altijd meteen ziek voelt.
Lees hier meer over RED-S.

Anorexia athletica

Deze term horen we soms in populaire media voorbij komen. Bij anorexia athletica is er sprake van dwangmatig en overmatig bewegen en sporten. Het gevoel van eigenwaarde hangt af van hoe lang en intensief er getraind wordt. Hierdoor wordt er veel van het lichaam gevraagd: men neemt meestal onvoldoende tijd om te rusten en goed te eten, waardoor er gezondheidsklachten kunnen ontstaan. Hier zie je dus een verband met RED-S.

Orthorexia nervosa

Mensen die lijden aan orthorexia nervosa, zijn op een dwangmatige manier bezig met voornamelijk gezond en hoogwaardig voedsel.
Hun gevoel van eigenwaarde is afhankelijk van hun voedingspatroon, waar ze zichzelf in verliezen.

enkel gebruikt wanneer er (nog) onvoldoende informatie is om tot een betere, meer specifieke diagnose te komen.

In het dagelijks taalgebruik wordt “eetstoornis” vaak gebruikt als verzamelnaam voor alle problemen rond eten. In de DSM-5 wordt echter een onderscheid gemaakt tussen voedingsstoornissen (zoals ARFID, pica en ruminatiestoornis) en eetstoornissen (zoals anorexia nervosa, boulimia nervosa en de eetbuistoornis).

Voedingsstoornissen

Voedingsstoornissen hebben te maken met een verstoord eetgedrag. Dit merken we vaak voor het eerst op bij jonge kinderen, maar de problemen kunnen blijven voortduren in de adolescentie en volwassenheid. Maar deze problemen kunnen ook op latere leeftijd ontstaan.

Pica

Mensen die lijden aan deze stoornis, eten stoffen die niet voor consumptie geschikt zijn, zoals klei, verfsnippers, papier of sigarettenas. Er is sprake van pica als dit gedrag langer dan één maand aanwezig is, en het niet past bij het ontwikkelingsniveau (kinderen tussen 18 en 36 maanden vertonen dit gedrag vaak). Pica komt vaak voor in combinatie met mentale stoornissen.

Ruminatiestoornis

Bij een ruminatiestoornis wordt het eten niet doorgeslikt, maar keer op keer herkauwd na een oprisping. Deze oprispingen kunnen bewust of onbewust worden opgewekt. Er is sprake van een ruminatiestoornis wanneer dit gedrag zich langer dan één maand voordoet en er geen medische oorzaak kan worden vastgesteld. De stoornis komt vaak voor bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand of personen met een mentale beperking.

Vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis (ARFID of Avoidant or Restrictive Food Intake Disorder)

Mensen die lijden aan deze stoornis, zijn zeer selectief in de soorten voedsel die ze tot zich nemen. Sommigen ervaren een gebrek aan interesse in eten of voedsel, sommigen vermijden voedsel omdat ze niet houden van bepaalde sensorische kenmerken (vb. texturen) en nog anderen maken zich vooral zorgen over de negatieve gevolgen van eten (vb. buikpijn, angst voor braken, …). Kinderen die heel selectief eten kunnen ook tot deze groep behoren.
Mensen met deze stoornis ontwikkelen na een tijdje allerlei voedingstekorten, die verregaande gevolgen kunnen hebben (vitaminetekorten, groeiachterstand, …). Soms wordt men afhankelijk van voedingssupplementen of sondevoeding om deze te korten aan te vullen.

Meer weten over ARFID? We vertellen er hier meer over.

Zoek je steun en hulp bij ARFID? Neem dan zeker contact op met deze groep.

Ongespecifieerde voedings- en eetstoornissen

Deze categorie wordt enkel gebruikt wanneer er (nog) onvoldoende informatie is om tot een betere, meer specifieke diagnose te komen.